Sportplatz

noun
sportveld, speelveld
A2

Sportplatz is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘sportveld’ of ‘sportterrein’. Meervoud: Sportplätze. Vaak gebruikt in auf dem Sportplatz = ‘op het sportveld’. Het woord verwijst meestal naar een buitenruimte voor voetbal, atletiek of schoolsport.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Der Verein trainiert auf dem Sportplatz hinter der Schule.
De club traint op het sportveld achter de school.
Kinder spielen auf dem Sportplatz Fußball.
Kinderen spelen voetbal op het sportveld.
Auf dem Sportplatz trainierten die Jugendlichen, obwohl es spät wurde, weil das Turnier am nächsten Morgen stattfinden sollte.
Op het sportveld trainden de jongeren, hoewel het laat werd, omdat het toernooi de volgende ochtend zou plaatsvinden.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALSportplätze

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Sportplatzdie Sportplätze
genitivedes Sportplatzesder Sportplätze
dativedem Sportplatzden Sportplätzen
accusativeden Sportplatzdie Sportplätze

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een groen veld met doelpalen voor en het bord 'Sportplatz'.
⚧️der - stel je een stadionomroeper voor die 'der Sportplatz' zegt

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Verwijst vaak naar een open veld of een voorziening voor sport; verschilt van 'Sporthalle' (binnen).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS