noun
fietser, wielrenner
B1
Radfahrer is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Radfahrer, meervoud die Radfahrer. Het betekent ‘fietser’. Het meervoud is gelijk aan het enkelvoud. Genitief enkelvoud: des Radfahrers; datief meervoud: den Radfahrern. Vrouwelijke vorm: Radfahrerin.
Voorbeelden
Der Radfahrer trug einen Helm.
De fietser droeg een helm.
Als Fahrradfreund kennt jeder Radfahrer die besten Radwege der Stadt.
Als fietsliefhebber kent elke fietser de beste fietspaden van de stad.
Die Autofahrerin bremste, weil sie den Radfahrer sah.
De vrouwelijke bestuurder remde omdat ze de fietser zag zag.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon op een fiets voor met een helm en een duidelijk zichtbaar wiel (Rad) om Radfahrer te onthouden
Begint met «Rad» (wiel) — denk aan «rad» als wiel + «fahrer» bestuurder
der Radfahrer — stel je een mannelijke fietser voor met het label «der» om het mannelijke geslacht te onthouden
Opmerkingen
Radfahrer is een veelgebruikt samengesteld zelfstandig naamwoord voor iemand die fietst. De vrouwelijke vorm kan «die Radfahrerin» zijn voor een vrouwelijke fietsster.