noun
radio
A2
Radio (het) betekent ‘radio’: zowel het toestel als het medium. Meervoud: Radios. Genitief enkelvoud: des Radios. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord met een meervoud op -s. Voor het medium zegt men vaak im Radio. Geen vast voorzetsel; de context bepaalt het gebruik.
Voorbeelden
Ich höre Radio.
Ik luister naar de radio.
Die Firma lieferte das Radio per Kurier, nachdem die Zahlung eingegangen war, weil der Kunde es dringend brauchte.
Het bedrijf leverde de radio per koerier nadat de betaling was ontvangen, omdat de klant hem dringend nodig had.
Ich höre morgens das Radio.
Ik luister 's ochtends naar de radio.
Details
Ezelsbruggetjes
Een ouderwetse tafelradio met een draaiknop.
radio (zoals in het Engels)
das = onzijdig (of soms der) — denk aan een neutraal apparaat
Opmerkingen
Kan in sommige regio’s met beide geslachten worden gebruikt (das Radio / der Radio). Meervoud: Radios.