noun
fiets, rijwiel
B1
Velo is het Zwitserduitse woord voor ‘fiets’; in het standaardduits zegt men meestal Fahrrad. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Velo, meervoud Velos. Veelgebruikte uitdrukking: mit dem Velo fahren. Regionaal woord, vooral in Zwitserland.
Voorbeelden
Der Kurier reparierte das Velo, bevor er die Lieferung am Nachmittag auslieferte.
De koerier repareerde de fiets voordat hij de zending in de namiddag afleverde.
In der Stadt ist das Velo oft schneller als das Auto.
In de stad is de fiets vaak sneller dan de auto.
Ich fahre Velo.
Ik fiets.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een compacte stadsfiets voor met een sticker „Velo” op het frame.
das — stel je een neutraal gekleurd fietsbord voor met „das Velo” erop om het onzijdig te onthouden.
Opmerkingen
Zwitserduits woord voor „fiets” (standaardduits: „Fahrrad”). Gangbaar in Zwitserland; meervoud vaak „Velos”.