noun
room
B1
Rahm is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘room’ in de zuivelzin, vergelijkbaar met Sahne. Het is meestal een stofnaam en heeft normaal geen meervoud. Verbuiging: der Rahm, des Rahms, dem Rahm. Vooral regionaal in Zuid-Duitsland en Oostenrijk.
Voorbeelden
In der Schweiz gibt man oft Rahm in den Kaffee.
In Zwitserland doet men vaak room in de koffie.
Der Rahm ist frisch und sehr cremig.
De room is vers en erg romig.
Die Bäckerin rührte Rahm unter den Teig, damit das Gebäck saftiger wurde.
De bakkerin roerde room door het deeg, zodat het gebak sappiger werd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein pannetje dikke room voor met RAHM erop op het aanrecht.
Klinkt een beetje als 'rum', maar in voedselcontext: 'rahm' = room.
der -> stel je een enkele roomkop voor met een mannelijk label 'der' erop.
Opmerkingen
Rahm betekent in veel Duitse varianten slagroom of dikke room en is vaak niet-telbaar. In recepten zie je het vaak zonder meervoud. | Alleen enkelvoud / niet-telbaar zelfstandig naamwoord; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.