noun
nabijheid, dichtbijheid, omgeving
A2
Nähe (v.) betekent ‘nabijheid’ of ‘dichtbij zijn’, zowel letterlijk als figuurlijk. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord zonder gewone meervoudsvorm. Genitief/datief enkelvoud: der Nähe. Veelgebruikte uitdrukking: in der Nähe (von) = ‘in de buurt van’.
Voorbeelden
Die Post ist ganz in der Nähe des Bahnhofs.
Het postkantoor is heel dicht bij het station.
In der Nähe gibt es viele Cafés.
Er zijn veel cafés in de buurt.
Das Hotel lag in der Nähe des Bahnhofs, sodass die Besucher zu Fuß gehen konnten.
Het hotel lag dicht bij het station, zodat de bezoekers te voet konden gaan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee dingen voor die heel dicht bij elkaar staan om 'Nähe' te onthouden
Klinkt als 'near' in het Engels (nabijheid)
die (vrouwelijk) — denk aan 'die Nähe' zoals 'die Gegend' (de buurt)
Opmerkingen
Wordt meestal gebruikt als abstract zelfstandig naamwoord met de betekenis nabijheid of dichtheid; vaak niet-telbaar in het Duits. | Alleen enkelvoud; meervoud is niet van toepassing.