verb
stilstaan, blijven staan
B1
stehenbleiben betekent ‘stilstaan’ of ‘blijven staan’. Het is een scheidbaar sterk werkwoord (stehen + bleiben). In het perfectum gebruikt het sein: bin stehen geblieben. Onregelmatig verleden: blieb. Imperatief: Bleib stehen!
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er blieb plötzlich stehen.
Hij stopte plotseling.
Bitte stehen Sie auf der Markierung und bleiben Sie stehen.
Ga alstublieft op de markering staan en blijf staan.
Ich bleibe stehen.
Ik stop.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je iemand voor die loopt en dan op zijn plek bevriest — hij «staat stil» (bleiben still).
Denk aan «stay-en-bly-ben» — «stay» (blijven) + «bleiben» (blijven).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Samengesteld uit «stehen» + «bleiben». In hoofdzin wordt het vaak gebruikt als «bleibt stehen» (het tweede werkwoord wordt vervoegd en «stehen» volgt). Gebruikt «sein» in voltooide tijden. Intransitief werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing omdat het werkwoord een intransitieve verandering/toestand beschrijft en meestal geen lijdend voorwerp heeft voor een echt passief.