noun
levensmiddelen, voedingsmiddelen, etenswaren
B1
Nahrungsmittel is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘voedingsmiddelen’ of ‘levensmiddelen’ als verzamelnaam. Meervoud: Nahrungsmittel, dus dezelfde vorm. Regelmatige verbuiging; genitief enkelvoud: des Nahrungsmittels. Veel gebruikt in officiële en voedingscontext.
Voorbeelden
Gesunde Nahrungsmittel sind wichtig für eine ausgewogene Ernährung.
Gezonde voedingsmiddelen zijn belangrijk voor een evenwichtig dieet.
Im Supermarkt kaufe ich Nahrungsmittel für die Woche.
In de supermarkt koop ik levensmiddelen voor de week.
Chemische Zusammensetzungen von Nahrungsmitteln werden genau geprüft.
De chemische samenstellingen van voedingsmiddelen worden zorgvuldig gecontroleerd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een supermarktgang voor met het bord «Nahrungsmittel», vol boodschappen
klinkt als «nourish», wat met voedsel te maken heeft
Denk aan een neutrale container «das» zoals «das Paket» — «das Nahrungsmittel» (onzijdig)
Opmerkingen
Verzamelnaam die vaak in het meervoud zonder verandering wordt gebruikt (die Nahrungsmittel). Nuttig in formele contexten zoals etiketten, regelgeving en voedingsinformatie.