noun
naald, speld
B1
Nadel (v., meervoud: Nadeln) betekent ‘naald’ of ‘speld’. De context bepaalt of het om een naainaald of een kleine speld gaat. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord met regelmatig meervoud en normale verbuiging.
Voorbeelden
Ich brauche eine Nadel und Faden zum Nähen.
Ik heb een naald en draad nodig om te naaien.
Die Krankenschwester holte eine Nadel für die Impfung.
De verpleegster haalde een naald voor de vaccinatie.
Hast du eine Nadel für mich?
Heb je een naald voor mij?
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een dunne naainaald of een medische injectienaald voor
rijmt op het Engelse ‘needle’ (zelfde idee)
die → stel je een delicate naainaald voor met het label ‘die Nadel’ (vrouwelijk)
Opmerkingen
Kan verwijzen naar naalden om mee te naaien of naar medische naalden, afhankelijk van de context.