Nadel

noun
naald, speld
B1

Nadel (v., meervoud: Nadeln) betekent ‘naald’ of ‘speld’. De context bepaalt of het om een naainaald of een kleine speld gaat. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord met regelmatig meervoud en normale verbuiging.

Voorbeelden

Ich brauche eine Nadel und Faden zum Nähen.
Ik heb een naald en draad nodig om te naaien.
Die Krankenschwester holte eine Nadel für die Impfung.
De verpleegster haalde een naald voor de vaccinatie.
Hast du eine Nadel für mich?
Heb je een naald voor mij?

Details

MeervoudNadeln

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Nadeldie Nadeln
genitiveder Nadelder Nadeln
dativeder Nadelden Nadeln
accusativedie Nadeldie Nadeln

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een dunne naainaald of een medische injectienaald voor
👂rijmt op het Engelse ‘needle’ (zelfde idee)
⚧️die → stel je een delicate naainaald voor met het label ‘die Nadel’ (vrouwelijk)

Opmerkingen

Kan verwijzen naar naalden om mee te naaien of naar medische naalden, afhankelijk van de context.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek