noun
wekker, alarmklok
B1
Wecker is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘wekker’ of ‘alarm’. Meervoud: Wecker. Het woord wordt regelmatig verbogen. Veelgebruikte uitdrukking: den Wecker stellen = de wekker zetten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Wecker hat mich heute nicht geweckt.
De wekker heeft me vandaag niet gewekt.
Der Sohn stellte den Wecker, obwohl die Mutter gesagt hatte, dass er später aufstehen sollte.
De zoon zette de wekker, hoewel de moeder had gezegd dat hij later moest opstaan.
Mein Wecker klingelt jeden Morgen um sechs.
Mijn wekker gaat elke ochtend om zes uur af.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een kleine klok op een nachtkastje voor met het label ‘Wecker’ en rinkellijnen
Wecker lijkt een beetje op ‘waker’ — iets dat je wakker maakt
der Wecker — mannelijk: stel je een mannelijk personage voor dat op de wekker drukt
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wecker is een veelvoorkomend alledaags zelfstandig naamwoord. Het meervoud is meestal «die Wecker».