noun
tang, klem, tangens
B1
Zange (v.) betekent „tang”, „knijptang” of, afhankelijk van de context, „pincet”: een gereedschap om vast te pakken, te knijpen of te knippen. Meervoud: Zangen. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord met regelmatige verbuiging: die Zange, die Zangen. Veel gebruikt in werkplaats en doe-het-zelf.
Voorbeelden
Kannst du mir die Zange geben?
Kun je me de tang geven?
Ich brauche eine Zange.
Ik heb een tang nodig.
Mit der Zange nehme ich die heiße Pfanne vom Herd.
Met de tang haal ik de hete pan van het fornuis.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een tang voor die de vorm van de letter Z heeft en iets vastgrijpt.
Klinkt een beetje als „sang” met een Z — stel je iemand voor die zong terwijl hij een tang gebruikte.
Die Zange — stel je een dame (die) voor die een tang vasthoudt: „die” = vrouwelijke anker.
Opmerkingen
Een Zange kan afhankelijk van de context een tang of een klem betekenen. Meervoud: Zangen. Vaak gebruikt om hete voorwerpen vast te grijpen, te buigen of op te tillen.