noun
nacht
B1
Nacht betekent ‘nacht’, de tijd tussen avond en ochtend. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Nacht. Het meervoud is onregelmatig: Nächte. Veelgebruikte vormen zijn in der Nacht en het bijwoord nachts. Verder gewone verbuiging; genitief enkelvoud: der Nacht.
Voorbeelden
Die Nacht ist sehr dunkel.
De nacht is erg donker.
In der Nacht schlafen die meisten Menschen.
De meeste mensen slapen ’s nachts.
Die Wanderer suchten Schutz in der Hütte, weil die Kälte in der Nacht stärker wurde.
De wandelaars zochten beschutting in de hut, omdat de kou ’s nachts sterker werd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je de maan en sterren voor wanneer het nacht is.
Klinkt een beetje als «notch» (denk aan een donkere inkeping in de lucht).
die → stel je de maan voor als vrouwelijk; denk aan «die Nacht» (de nacht).
Opmerkingen
Een veelvoorkomend zelfstandig naamwoord voor de periode van duisternis elke dag. Zelfstandige naamwoorden krijgen in het Duits een hoofdletter. Meervoud: Nächte.