noun
vingernagel, spijker
B1
Nagel is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘nagel’ van de vinger/teen of ‘spijker’ van metaal. De context bepaalt de betekenis. Meervoud: Nägel, met umlaut. Verbuiging: des Nagels in het enkelvoud, der Nägel in het meervoud. Veel gebruikt in huis en in de bouw.
Voorbeelden
Kannst du mir den Nagel in die Wand schlagen?
Kun je de spijker voor mij in de muur slaan?
Der Nagel im Brett hält das Holz zusammen.
De spijker in de plank houdt het hout bij elkaar.
Der Handwerker schlug den Nagel ein, obwohl das Holz hart war, damit das Regal stabil blieb.
De vakman sloeg de spijker erin, hoewel het hout hard was, zodat de plank stabiel bleef.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een geverfde vingernagel voor of een metalen spijker die in hout wordt geslagen.
Het is hetzelfde als het Engelse ‘nail’ — makkelijk te onthouden.
der → stel je een stevige metalen spijker voor met het label ‘der Nagel’ (mannelijk).
Opmerkingen
Kan zowel een vingernagel als een metalen spijker betekenen; het meervoud voor de lichaamsbetekenis is Nägel.