noun
nakomelingen, jong talent, aanwas
B1
Nachwuchs betekent ‘nakomelingen’ of ‘jong talent’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Nachwuchs. Meervoud: Nachwüchse. Vaak wordt het collectief gebruikt voor de jonge generatie, bijvoorbeeld in sport of cultuur. Genitief enkelvoud: des Nachwuchses.
Voorbeelden
Die Katze hat Nachwuchs bekommen.
De kat heeft kittens gekregen.
Die Firma plante für den Nachwuchs Plätze in der Ausbildung, als die Nachfrage nach Fachkräften stieg.
Het bedrijf plande opleidingsplaatsen voor jongeren toen de vraag naar vakmensen toenam.
Der Nachwuchs der Schafe bleibt oft bei der Herde.
De nakomelingen van de schapen blijven vaak bij de kudde.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je jonge scheuten voor die na een plant opkomen — nieuwe groei = Nachwuchs
denk aan «nach» (na) + «wuchs» (groei) → nieuwe groei na → nieuwe generatie
der → stel je een groep voor met het label «der Nachwuchs» (mannelijk standaard voor dit verzamelnaamwoord)
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt als verzamelnaam voor de volgende generatie of nieuwe aanwas; meervoudsvormen zijn zeldzaam in alledaags gebruik.