Nachwuchs

noun
nakomelingen, jong talent, aanwas
B1

Nachwuchs betekent ‘nakomelingen’ of ‘jong talent’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Nachwuchs. Meervoud: Nachwüchse. Vaak wordt het collectief gebruikt voor de jonge generatie, bijvoorbeeld in sport of cultuur. Genitief enkelvoud: des Nachwuchses.

Voorbeelden

Die Katze hat Nachwuchs bekommen.
De kat heeft kittens gekregen.
Die Firma plante für den Nachwuchs Plätze in der Ausbildung, als die Nachfrage nach Fachkräften stieg.
Het bedrijf plande opleidingsplaatsen voor jongeren toen de vraag naar vakmensen toenam.
Der Nachwuchs der Schafe bleibt oft bei der Herde.
De nakomelingen van de schapen blijven vaak bij de kudde.

Details

MeervoudNachwüchse

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Nachwuchsdie Nachwüchse
genitivedes Nachwuchsesder Nachwüchse
dativedem Nachwuchsden Nachwüchsen
accusativeden Nachwuchsdie Nachwüchse

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je jonge scheuten voor die na een plant opkomen — nieuwe groei = Nachwuchs
👂denk aan «nach» (na) + «wuchs» (groei) → nieuwe groei na → nieuwe generatie
⚧️der → stel je een groep voor met het label «der Nachwuchs» (mannelijk standaard voor dit verzamelnaamwoord)

Opmerkingen

Wordt vaak gebruikt als verzamelnaam voor de volgende generatie of nieuwe aanwas; meervoudsvormen zijn zeldzaam in alledaags gebruik.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek