verb
rennen, hardlopen
B1
rennen betekent ‘rennen’, ‘hardlopen’ of ‘snel wegrennen’. Het is een onovergankelijk werkwoord en vormt het perfectum met sein: ist/sind gerannt. Sterk/onregelmatig: verleden tijd rannte, voltooid deelwoord gerannt. Niet wederkerend en zonder vaste prepositie.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich renne schnell.
Ik ren snel.
Wir rannten zur Grenze.
We renden naar de grens.
Er rannte um sein Leben.
Hij rende voor zijn leven.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je iemand voor die rent, terwijl het woord «ren-nen» klinkt als twee snelle stappen: ren-nen.
Klinkt als het Engelse «run» (kort en actief).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
In de voltooide tijd wordt vaak «sein» gebruikt (bijv. «er ist gerannt»). Het werkwoord kan zowel gewoon rennen als competitief hardlopen betekenen. Onovergankelijk werkwoord; persoonlijke passieve vormen worden doorgaans niet gebruikt (een onpersoonlijk passief zoals «Es wird gerannt» bestaat wel, maar geen echt persoonlijk passief met object).