verb
klimmen
B1
klettern is een regelmatig werkwoord en betekent ‘klimmen’, ‘klauteren’ of ‘zich omhoog werken’ (bijv. op rotsen of bomen). Voltooid deelwoord: geklettert; perfectum met haben: ich habe geklettert. Het is niet wederkerend. Tegenwoordige tijd: ich klettere, du kletterst; verleden tijd: kletterte.
Voorbeelden
Er kletterte auf den Berg.
Hij beklom de berg.
Die Kinder kletterten auf den Hügel, obwohl die Eltern warnend riefen.
De kinderen klommen op de heuvel, hoewel de ouders waarschuwend riepen.
Ich klettere auf den Baum.
Ik klim in de boom.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die een berg beklimt en een klein vlaggetje met «klettern» erop vastmaakt.
klinkt een beetje als «climb» + «turn» — stel je voor dat je draait terwijl je klimt.
Opmerkingen
Regelmatig (zwak) werkwoord dat klimmen betekent (rotsklimmen of klimmen in het algemeen). Gebruikt «haben» als hulpwerkwoord in voltooide tijden. | Onovergankelijk werkwoord; passieve constructies zijn niet van toepassing.