noun
jas, jack
A1
Jacke betekent ‘jas’, ‘jasje’ of ‘jack’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Jacke, meervoud Jacken. De verbuiging is regelmatig; datief enkelvoud: der Jacke. Een heel gewoon woord voor lichte bovenkleding.
Voorbeelden
Ich habe eine neue Jacke gekauft.
Ik heb een nieuwe jas gekocht.
Zieh dir eine Jacke an, es ist kalt draußen.
Trek een jas aan, het is koud buiten.
Die Frau zog die Jacke an, weil es draußen kalt war, nachdem der Wind aufgekommen war.
De vrouw trok de jas aan omdat het buiten koud was nadat de wind was opgestoken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een jas voor die aan een haak hangt met een groot label 'die Jacke'
klinkt als Engels 'jacket'
die Jacke — stel je een vrouw (die) voor die de jas draagt om het vrouwelijke geslacht te onthouden
Opmerkingen
Jacke is een veelvoorkomend vrouwelijk zelfstandig naamwoord dat een jas of lichte jack betekent. Meervoud: Jacken.