noun
jaar
A1
Jahr is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘jaar’. Enk.: das Jahr; genitief: des Jahres; mv.: die Jahre; datief mv.: den Jahren. Bij getallen gebruik je vaak drei Jahre. De verbuiging is grotendeels regelmatig, met -s in de genitief enkelvoud.
Voorbeelden
Ich bin zwanzig Jahre alt.
Ik ben twintig jaar oud.
Ich habe ein Jahr Zeit.
Ik heb een jaar.
Die Schule bekam im letzten Jahr neue Lehrer, nachdem die Zahl der Schüler gestiegen war, weil mehrere Klassen eröffnet wurden.
De school kreeg vorig jaar nieuwe leraren, nadat het aantal leerlingen was gestegen omdat er meerdere klassen waren geopend.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kalender voor met één gemarkeerd «Jahr» om een heel jaar weer te geven
klinkt als Engels «yahr» ~ «year»
Opmerkingen
Jahr is onzijdig. Genitief enkelvoud krijgt vaak -s (des Jahres).