Hälfte

noun
helft
B1

Hälfte betekent helft. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Hälfte, meervoud Hälften. In het meervoud komt umlaut en -en. Het woord staat vaak met von of in de genitief: die Hälfte von..., die Hälfte der.... Veelgebruikt bij breuken, hoeveelheden en recepten.

Voorbeelden

Der Schüler hatte die Hälfte der Aufgaben erledigt, bevor der Lehrer die Frist verkündete.
De leerling had de helft van de opdrachten af voordat de leraar de deadline aankondigde.
Ich habe die Hälfte des Kuchens gegessen.
Ik heb de helft van de taart gegeten.
Eine Hälfte gehört ihm, die andere mir.
De ene helft is van hem, de andere van mij.

Details

MeervoudHälften

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Hälftedie Hälften
genitiveder Hälfteder Hälften
dativeder Hälfteden Hälften
accusativedie Hälftedie Hälften

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een taart voor die in twee gelijke stukken is gesneden — één stuk is de „Hälfte”.
⚧️vrouwelijk — „die Hälfte” (denk aan „die” als het lidwoord dat bij veel woorden op -e voorkomt).

Opmerkingen

Wordt vaak gebruikt om te praten over verhoudingen en eenvoudige breuken in alledaagse contexten.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek