noun
helft
B1
Hälfte betekent helft. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Hälfte, meervoud Hälften. In het meervoud komt umlaut en -en. Het woord staat vaak met von of in de genitief: die Hälfte von..., die Hälfte der.... Veelgebruikt bij breuken, hoeveelheden en recepten.
Voorbeelden
Der Schüler hatte die Hälfte der Aufgaben erledigt, bevor der Lehrer die Frist verkündete.
De leerling had de helft van de opdrachten af voordat de leraar de deadline aankondigde.
Ich habe die Hälfte des Kuchens gegessen.
Ik heb de helft van de taart gegeten.
Eine Hälfte gehört ihm, die andere mir.
De ene helft is van hem, de andere van mij.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een taart voor die in twee gelijke stukken is gesneden — één stuk is de „Hälfte”.
vrouwelijk — „die Hälfte” (denk aan „die” als het lidwoord dat bij veel woorden op -e voorkomt).
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt om te praten over verhoudingen en eenvoudige breuken in alledaagse contexten.