verb
kijken, bekijken, gluren
B1
gucken betekent ‘kijken’, ‘bekijken’ of ‘even gluren’. Het is een informeel, regelmatig zwak werkwoord: Perfekt geguckt, met haben. Het is niet scheidbaar en niet wederkerig. Veel gebruikt in gesproken Duits; formeler zijn schauen en sehen.
Voorbeelden
Wir gucken heute Abend einen Film.
We kijken vanavond een film.
Er guckt heimlich durch das Schlüsselloch, um zu sehen, was passiert.
Hij gluurt stiekem door het sleutelgat om te zien wat er gebeurt.
Ich gucke aus dem Fenster.
Ik kijk uit het raam.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die een hand boven de ogen houdt en «guck!» zegt terwijl hij kijkt
klinkt als «goo-ken» — stel je iemand voor die snel «go look» zegt
Opmerkingen
Informele synoniem van sehen/watch in veel contexten. Vaak uitwisselbaar met «schauen» in gesproken Duits. Voltooid deelwoord: «geguckt».