verb
vermaken, zich vermaken, amuseren
B1
amüsieren betekent ‘vermaken’ of ‘amuseren’; reflexief sich amüsieren betekent ‘zich vermaken’ of ‘plezier hebben’. Het is een regelmatig zwak werkwoord met amüsiert als voltooid deelwoord en haben als hulpwerkwoord. Kan transitief of wederkerend gebruikt worden.
Voorbeelden
Wir amüsierten uns prächtig.
We hebben ons prima vermaakt.
Ich amüsiere mich gut.
Ik heb het goed naar mijn zin.
Der Clown kann die Kinder amüsieren.
De clown kan de kinderen vermaken.
Details
Ezelsbruggetjes
Imaginez un clown qui fait rire les gens — ils sont amusés.
Comme l’anglais « amuse » — « amüsieren » sonne très similaire.
Opmerkingen
amüsieren est souvent utilisé de manière réfléchie (sich amüsieren = s’amuser / prendre du bon temps), mais peut aussi être transitif (jemanden amüsieren = amuser quelqu’un).