noun
groep
A1
Gruppe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Gruppe, met de betekenis „groep” van mensen of dingen. Meervoud: Gruppen. Regelmatige verbuiging met -n in het meervoud. Veel gebruikt in sociale, werk- en wetenschappelijke contexten.
Voorbeelden
Die Touristin schloss sich einer Gruppe an, die den Berg bestieg, weil sie die Landschaft sehen wollte.
De toeriste sloot zich aan bij een groep die de berg beklom, omdat ze het landschap wilde zien.
Die Gruppe arbeitet am Projekt.
De groep werkt aan het project.
Ich bin in einer Gruppe.
Ik zit in een groep.
Details
Ezelsbruggetjes
stel je meerdere mensen voor die samen als groep staan
Gruppe ~ ‘group’ (heel dicht bij elkaar in klank)
die Gruppe — denk aan ‘die’ voor een verzameling of kring
Opmerkingen
Vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Meervoud: Gruppen.