adjective
gescheiden, apart, afzonderlijk
B1
getrennt is een bijvoeglijk naamwoord en voltooid deelwoord van trennen, met de betekenis ‘gescheiden’, ‘apart’ of ‘los van elkaar’. Het kan ook als bijwoord gebruikt worden: getrennt zahlen. Vergelijking is mogelijk: getrennter, am getrenntesten. Tegenstellingen: gemeinsam, zusammen.
Voorbeelden
Die Eltern lebten getrennt, weil das Paar die Beziehung offiziell beendet hatte.
De ouders woonden apart omdat het stel de relatie officieel had beëindigd.
Die Dokumente müssen getrennt aufbewahrt werden.
De documenten moeten apart worden bewaard.
Die Zimmer sind getrennt, sodass jeder seine Ruhe hat.
De kamers zijn gescheiden, zodat iedereen zijn rust heeft.
Details
Ezelsbruggetjes
twee kamers met een duidelijke muur ertussen, gelabeld ‘getrennt’ (gescheiden)
klinkt een beetje als ‘get rent’ — stel je twee huurders voor die aparte kamers krijgen
niet van toepassing (bijvoeglijk naamwoord) — onthoud dat het is afgeleid van het werkwoord ‘trennen’ (scheiden)
Opmerkingen
Een deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord gevormd van het werkwoord ‘trennen’ (scheiden). Het kan attributief of predicatief gebruikt worden (bijv. ‘getrennte Zimmer’ vs. ‘Die Zimmer sind getrennt’).