noun
vreugde, blijdschap
B1
Freude (die) betekent ‘vreugde’ of ‘plezier’. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Freude, meervoud Freuden. Veelgebruikte combinaties zijn Freude an + datief en Freude über + accusatief. De verbuiging is regelmatig.
Voorbeelden
Die Geburt ihres Kindes war für sie eine große Freude.
De geboorte van haar kind was een grote vreugde voor haar.
Es macht mir Freude, mit dir zu arbeiten.
Het geeft me plezier om met je samen te werken.
Die Eltern zeigten große Freude, als das Kind die Prüfung bestanden hatte.
De ouders toonden grote vreugde toen het kind het examen had gehaald.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een stralend, glimlachend gezicht voor dat een gouden trofee vasthoudt — dat schitterende gevoel is Freude.
Klinkt als «FROY-duh» — stel je voor dat iemand «Froyd!» roept van vreugde.
die = stel je een vrouw voor die de vreugde vasthoudt; vrouwelijke woorden worden vaak met een vrouw geassocieerd.
Opmerkingen
« Freude » is een veelvoorkomend vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een positieve emotie. Het kan zowel intense vreugde als mildere plezier betekenen. Combinaties: «Freude haben an» (plezier hebben in).