noun
succes
B1
Erfolg is een mannelijk Duits zelfstandig naamwoord en betekent ‘succes’, ‘resultaat’ of ‘geslaagde uitkomst’. Meervoud: Erfolge; genitief enkelvoud: des Erfolgs. Veelgebruikte combinaties zijn Erfolg haben, mit Erfolg en zum Erfolg führen. Vaak in persoonlijke en professionele context.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Harte Arbeit ist der Schlüssel zum Erfolg.
Hard werken is de sleutel tot succes.
Sein Erfolg hat ihn sehr glücklich gemacht.
Zijn succes maakte hem erg gelukkig.
Nachdem das Projekt beendet war, feierten die Kolleginnen den Erfolg, obwohl der Weg schwierig blieb.
Nadat het project was afgerond, vierden de collega’s het succes, hoewel de weg moeilijk bleef.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een trofee voor met het label „Erfolg” die door een winnaar wordt omhooggehouden.
Klinkt als „air-folk” — stel je mensen in de lucht voor die juichen voor succes
der → stel je een trofee voor met „der” gegraveerd op de voet (mannelijk) om „der Erfolg” te onthouden
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
De genitief enkelvoud krijgt vaak -s: des Erfolgs. Wordt zowel gebruikt voor persoonlijke prestaties als voor zakelijke resultaten.