Fremdsprache

noun
vreemde taal, buitenlandse taal
B1

Fremdsprache betekent ‘vreemde taal’ of ‘buitenlandse taal’: een taal naast je moedertaal. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Fremdsprache, meervoud die Fremdsprachen. Veel gebruikt op school en op het werk.

Voorbeelden

Die Firma verlangte gute Kenntnisse in einer Fremdsprache, weil viele Kunden aus dem Ausland gekommen waren.
Het bedrijf eiste een goede kennis van een vreemde taal, omdat veel klanten uit het buitenland waren gekomen.
Viele Studierende lernen mindestens eine Fremdsprache an der Universität.
Veel studenten leren op de universiteit minstens één vreemde taal.
Englisch ist eine wichtige Fremdsprache.
Engels is een belangrijke vreemde taal.

Details

MeervoudFremdsprachen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Fremdsprachedie Fremdsprachen
genitiveder Fremdspracheder Fremdsprachen
dativeder Fremdspracheden Fremdsprachen
accusativedie Fremdsprachedie Fremdsprachen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een tekstballon voor met een vlag van een ander land om een vreemde taal weer te geven.
👂Fremd- lijkt op «framed» (vreemd) — iets dat niet je moedertaal is.
⚧️Die Fremdsprache — koppel het aan «die Sprache» (vrouwelijk) om het lidwoord te onthouden.

Opmerkingen

Fremdsprache verwijst specifiek naar een taal die vreemd is voor de spreker (niet de moedertaal).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek