adjective
vreemd, buitenlands, onbekend
A1
fremd betekent „vreemd”, „buitenlands” of „onbekend”. Vergrotende trap: fremder; overtreffende trap: am fremdesten. Vaak in de uitdrukking jemandem fremd sein = iemand vreemd of onbekend zijn. Je gebruikt het voor mensen, plaatsen en ideeën.
Voorbeelden
Er kommt aus einem fremden Land.
Hij komt uit een vreemd land.
Die Wohnung fühlte sich fremd an, obwohl die Möbel vertraut waren.
Het appartement voelde vreemd aan, hoewel het meubilair vertrouwd was.
Die Speise schmeckt für mich fremd.
Het gerecht smaakt vreemd voor mij.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon in onbekende kleren voor met het label ‘fremd’.
Rijmt op ‘friend’ maar met een ‘m’ — denk ‘geen vriend’ = vreemd/buitenlands.
Opmerkingen
Kan ‘buitenlands’ betekenen (afkomst) of ‘vreemd’ (gevoel).