fressen

verb
eten (van dieren), verslinden
B1

fressen is een sterk, onregelmatig werkwoord en betekent ‘eten’ bij dieren of ‘verslinden’. Tegenwoordige tijd: du/er frisst, verleden tijd: fraß, voltooid deelwoord: gefressen. Het hulpwerkwoord is haben. Niet beleefd voor mensen; ook figuurlijk mogelijk.

Voorbeelden

Der Hund fraß sein Futter schnell.
De hond at zijn voer snel op.
Der Hund fraß das ganze Brot in wenigen Minuten und verschlang es regelrecht.
De hond verslond het hele brood in een paar minuten.
Die Katze frisst ihr Futter.
De kat eet zijn voer.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenPresent stem vowel change: e -> i in du/er forms (du frisst, er frisst); preterite stem vowel a (ich fraß).

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es frisst
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es fraß
Perfekter/sie/es hat gefressen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een hongerig dier voor dat zijn eten met rommelige happen naar binnen schrokt.
👂Klinkt als het Engelse „fret”, maar denk aan „fress” -> beeld van „feast” om te verslinden.
⚧️N/A

Opmerkingen

fressen wordt gebruikt voor dieren die eten (of figuurlijk in de betekenis van „verslinden”). fressen gebruiken voor mensen is onbeleefd; voor mensen gebruik je essen. Voltooid deelwoord: gefressen. Konjunktiv I Präteritum: niet van toepassing — Konjunktiv I wordt gevormd uit de tegenwoordige tijd en het verleden wordt meestal omschrijvend uitgedrukt (Perfekt).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichfresse
dufrisst
er/sie/esfrisst
wirfressen
ihrfresst
sie/Siefressen
ichwerde gefressen
duwirst gefressen
er/sie/eswird gefressen
wirwerden gefressen
ihrwerdet gefressen
sie/Siewerden gefressen
ichfresse
dufressest
er/sie/esfresse
wirfressen
ihrfresset
sie/Siefressen
ichwerde gefressen
duwerdest gefressen
er/sie/eswerde gefressen
wirwerden gefressen
ihrwerdet gefressen
sie/Siewerden gefressen
ichfräße
dufräßest
er/sie/esfräße
wirfräßen
ihrfräßet
sie/Siefräßen
ichwürde gefressen werden
duwürdest gefressen werden
er/sie/eswürde gefressen werden
wirwürden gefressen werden
ihrwürdet gefressen werden
sie/Siewürden gefressen werden
dufress
ihrfresst
Siefressen