Feuer

noun
vuur, brand
A1

„Feuer” betekent „vuur”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord; het meervoud is hetzelfde als het enkelvoud: die Feuer. Het kan telbaar zijn (ein Feuer) of niet-telbaar, afhankelijk van de context. Betekent vlam, brand of kampvuur.

Voorbeelden

Das Team löschte das Feuer, das in der Küche ausbrach, bevor es größeren Schaden anrichten konnte.
Het team bluste de brand die in de keuken uitbrak voordat die grotere schade kon aanrichten.
Im Kamin brennt ein warmes Feuer.
Er brandt een warm vuur in de open haard.
Das Feuer im Kamin war sehr warm.
Het vuur in de open haard was erg warm.

Details

MeervoudFeuer

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Feuerdie Feuer
genitivedes Feuersder Feuer
dativedem Feuerden Feuern
accusativedas Feuerdie Feuer

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een brandend kampvuur voor met het label «Feuer» om «fire» te onthouden.
👂Klinkt als «foyer» — stel je een warme foyer met een vuur voor.
⚧️das = denk aan «das» als iets neutraals: een element zoals vuur heeft hier onzijdig geslacht.

Opmerkingen

Kan telbaar zijn (een vuur) of ontelbaar (vuur als element).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek