Feuerzeug

noun
aansteker
B1

Feuerzeug betekent ‘aansteker’, het draagbare voorwerp waarmee je een vlam maakt. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Feuerzeug; meervoud: die Feuerzeuge; genitief: des Feuerzeugs. Veelgebruikt alledaags woord, vaak in verband met roken, veiligheid en verboden.

Voorbeelden

Hast du ein Feuerzeug für mich?
Heb je een aansteker voor mij?
Ich habe mein Feuerzeug auf dem Tisch liegen lassen.
Ik heb mijn aansteker op tafel laten liggen.
Er zündete mit dem Feuerzeug seine Zigarette an.
Hij stak zijn sigaret aan met de aansteker.

Details

MeervoudFeuerzeuge

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Feuerzeugdie Feuerzeuge
genitivedes Feuerzeugsder Feuerzeuge
dativedem Feuerzeugden Feuerzeugen
accusativedas Feuerzeugdie Feuerzeuge

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een klein metalen doosje voor dat vuur maakt wanneer je het openklikt.
👂Klinkt als ‘fire-zoik’ — denk aan ‘fire’ voor vlam.
⚧️das — denk aan ‘das’ als ‘het kleine voorwerp’ (onzijdige voorwerpen gebruiken vaak ‘das’).

Opmerkingen

Feuerzeug is een alledaags voorwerp. Er bestaan samenstellingen, bijvoorbeeld Sturmfeuerzeug = windbestendige aansteker.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek