dicht

adjective
dicht, compact, vol
B1

dicht is een bijvoeglijk naamwoord met betekenissen als ‘dicht’, ‘compact’, ‘luchtdicht’ of ‘nabij’, afhankelijk van de context. Het is trapbaar: dichter, am dichtesten. Tegenovergestelde: undicht. Veel gebruikt bij mist, verpakkingen, drukte en nabijheid.

Voorbeelden

Die Flasche ist dicht verschlossen.
De fles is goed afgesloten.
Der Wald ist sehr dicht.
Het bos is erg dicht.
Die Verpackung war dicht, obwohl der Karton während des Transports beschädigt wurde, sodass der Inhalt trocken blieb.
De verpakking was luchtdicht, hoewel de doos tijdens het transport beschadigd raakte, zodat de inhoud droog bleef.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapdichter
Overschrijvende trapam dichtesten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een afgesloten container voor zonder luchtgaten: alles is dicht (afgesloten/strak).
👂Klinkt als «deed» — denk aan iets dat strak op elkaar zit, compact als een plichtsgetrouwe daad.

Opmerkingen

«Dicht» kan fysieke nabijheid, dichtheid of luchtdichtheid beschrijven. Het kan ook bijwoordelijk gebruikt worden (dicht aneinander). De context bepaalt de nuance.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek