verb
vaststellen, constateren, uitvinden
B1
feststellen is een scheidbaar, regelmatig werkwoord en betekent ‘vaststellen’, ‘constateren’ of ‘ontdekken’. Voltooide tijd: hat festgestellt. Niet wederkerend. Veel gebruikt in rapporten, officiële teksten en in de lijdende vorm: festgestellt werden.
Voorbeelden
Er stellte einen Fehler fest.
Hij merkte een fout op.
Der Techniker stellte das Problem nach einer Untersuchung fest.
De technicus stelde het probleem vast na een inspectie.
Der Arzt stellte fest, dass das Medikament die Symptome nicht linderte.
De arts stelde vast dat het medicijn de symptomen niet verlichtte.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een briefje op een bord speldt om iets vast te zetten en bekend te maken — je maakt het ‘vast’ (fest = vast, stellen = plaatsen).
Denk aan «find out» = «find + still» → iets vast/duidelijk maken: «feststellen».
Opmerkingen
Scheidbaar werkwoord: in hoofdzin gaat het voorvoegsel «fest» naar het einde (ich stelle fest). Veelgebruikt in formeel en gesproken Duits.