noun
brandweer
B1
Feuerwehr (v.) betekent „brandweer” of „brandweerdienst”. Het vrouwelijke zelfstandig naamwoord kan de organisatie, het team of de plaatselijke kazerne aanduiden. Meervoud: Feuerwehren. Geen wederkerige vorm of vaste prepositie. Veelgebruikt in het dagelijks leven en bij noodgevallen.
Voorbeelden
In unserer Stadt arbeitet die Feuerwehr rund um die Uhr.
In onze stad werkt de brandweer dag en nacht.
Die Anwohner riefen die Feuerwehr, weil dichter Rauch aus dem Dachgeschoss kam.
De bewoners belden de brandweer omdat er dikke rook uit de zolder kwam.
Die Feuerwehr kam schnell und löschte das Feuer.
De brandweer kwam snel en bluste het vuur.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een grote rode vrachtwagen voor met «Feuerwehr» op de zijkant, die naar een brandend huis racet.
Feuer lijkt op het Engelse «fire»; denk: «Feuer» = vuur.
Die Feuerwehr — onthoud «die» door je een vrouwelijke chef (die = vrouwelijk) voor te stellen die het team leidt.
Opmerkingen
Feuerwehr is een samenstelling (Feuer + Wehr). In alledaags taalgebruik wordt «die Feuerwehr» zowel voor de organisatie als voor de teams gebruikt. Het meervoud «Feuerwehren» wordt gebruikt wanneer men over meerdere diensten van verschillende steden spreekt.