verb
arresteren, aanhouden, in hechtenis nemen
B1
festnehmen is een scheidbaar werkwoord en betekent ‘arresteren’ of ‘in hechtenis nemen’. Het is transitief, niet-reflexief en gebruikt in de voltooide tijden haben. Sterk onregelmatig: du nimmst fest, Präteritum nahm fest, Partizip festgenommen. Veelgebruikt in politiecontext.
Voorbeelden
Der Täter wurde von der Polizei festgenommen.
De dader werd door de politie gearresteerd.
Die Polizei hat den Verdächtigen gestern festgenommen.
De politie heeft de verdachte gisteren gearresteerd.
Er wurde wegen Verdachts der Diebstahls festgenommen und zur Wache gebracht.
Hij werd op verdenking van diefstal gearresteerd en naar het bureau gebracht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je politieagenten voor die iemand letterlijk snel ‘pakken’ en vasthouden (in hechtenis nemen).
klinkt als ‘fast’ + ‘name’ — denk aan ‘snel een naam grijpen’.
Opmerkingen
Scheidbaar werkwoord met onregelmatige stam (nehmen): in de tegenwoordige tijd is er klinkerverandering (du nimmst, er nimmt); verleden vormen gebruiken «nahm» en het voltooid deelwoord is «festgenommen». Gebruikt in juridische/politiecontexten.