einbrechen

verb
inbreken, binnenbreken, zich met geweld toegang verschaffen
B1

einbrechen betekent ‘inbreken’ of ‘met geweld binnendringen’; in andere contexten ook ‘instorten’ of ‘plots dalen’. Het is een scheidbaar sterk werkwoord: du brichst ein. In het perfect gebruik je sein: ich bin eingebrochen. Vaak met in + Akk.

Voorbeelden

Der Dieb bricht ins Haus ein.
De dief breekt in in het huis.
Die Diebe brachen nachts in das Büro ein, weil die Alarmanlage ausgefallen war.
De dieven braken 's nachts in het kantoor in, omdat het alarmsysteem was uitgevallen.
Der Dieb brach gestern Nacht in das Büro ein.
De dief brak gisteravond in op kantoor.

Details

Hulpwerkwoordsein
ScheidbaarJa
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenStrong verb: brechen -> brach (Präteritum) -> gebrochen pattern; present vowel change e->i (du brichst)

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es bricht ein
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es brach ein
Perfekter/sie/es ist eingebrochen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat een deurslot breekt en het voorvoegsel ‘ein-’ naar voren schuift terwijl iemand binnenkomt.
👂denk aan ‘in’ + ‘break’ — zoals ‘break in’ in het Engels.

Opmerkingen

einbrechen is een scheidbaar sterk werkwoord (in de tegenwoordige tijd scheidt het voorvoegsel: ‘er bricht ein’). Het voltooid deelwoord gebruikt ‘sein’ (eingebrochen). Lijdende vorm is ongebruikelijk omdat het werkwoord grotendeels intransitief is. | Intransitief werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichbreche ein
dubrichst ein
er/sie/esbricht ein
wirbrechen ein
ihrbrecht ein
sie/Siebrechen ein
ichbreche ein
dubrechest ein
er/sie/esbreche ein
wirbrechen ein
ihrbrechet ein
sie/Siebrechen ein
ichbräche ein
dubrächest ein
er/sie/esbräche ein
wirbrächen ein
ihrbrächet ein
sie/Siebrächen ein
dubrich ein
ihrbrecht ein
Siebrechen ein