festsetzen

verb
vaststellen, bepalen, afspreken
B1

festsetzen is een scheidbaar werkwoord en betekent ‘vaststellen’, ‘bepalen’ of ‘fixeren’, bijvoorbeeld een datum, prijs of regel. In juridische context kan het ook ‘aanhouden’ betekenen. Het is een zwak werkwoord met haben; voltooid deelwoord: festgesetzt. In vervoegde vormen scheidt fest- zich af.

Voorbeelden

Der Termin ist festgesetzt.
De afspraak is vastgelegd.
Das Gericht setzte die Geldstrafe fest, weil das Vergehen eindeutig bewiesen worden war.
De rechtbank stelde de boete vast omdat het vergrijp onomstotelijk was bewezen.
Sie setzten den Termin fest.
Ze hebben de afspraak vastgelegd.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarJa
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es setzt fest
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es setzte fest
Perfekter/sie/es hat festgesetzt

Ezelsbruggetjes

👁️Visualiseer een stevige „VASTGESTELD”-stempel op een kalender om een deadline vast te zetten.
👂klinkt als „fast” + „sets” (fast-sets = zet snel vast)

Opmerkingen

Scheidbaar werkwoord. Kan „vaststellen” of „bepalen” betekenen (bijv. een datum of boete). In hoofdzinnen scheidt het voorvoegsel zich af (ich setze fest).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek

ichsetze fest
dusetzt fest
er/sie/essetzt fest
wirsetzen fest
ihrsetzt fest
sie/Siesetzen fest
ichwerde festgesetzt
duwirst festgesetzt
er/sie/eswird festgesetzt
wirwerden festgesetzt
ihrwerdet festgesetzt
sie/Siewerden festgesetzt
ichsetze fest
dusetzest fest
er/sie/essetze fest
wirsetzen fest
ihrsetzet fest
sie/Siesetzen fest
ichwerde festgesetzt
duwerdest festgesetzt
er/sie/eswerde festgesetzt
wirwerden festgesetzt
ihrwerdet festgesetzt
sie/Siewerden festgesetzt
ichwürde festsetzen
duwürdest festsetzen
er/sie/eswürde festsetzen
wirwürden festsetzen
ihrwürdet festsetzen
sie/Siewürden festsetzen
ichwürde festgesetzt
duwürdest festgesetzt
er/sie/eswürde festgesetzt
wirwürden festgesetzt
ihrwürdet festgesetzt
sie/Siewürden festgesetzt
dusetz fest
ihrsetzt fest
Siesetzen fest