noun
festival
A2
Festival is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Festival, meervoud Festivals. Betekent een groot publiek evenement, vaak muzikaal of cultureel. Veelgebruikte uitdrukking: auf einem Festival sein. Modern leenwoord met meervoud op -s en regelmatige verbuiging.
Voorbeelden
Ich gehe auf ein Festival.
Ik ga naar een festival.
Das Team plante das Festival sorgfältig, weil viele Gäste erwartet wurden.
Het team plande het festival zorgvuldig, omdat er veel gasten werden verwacht.
Im Sommer gehe ich auf ein Festival.
In de zomer ga ik naar een festival.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groot openluchtpodium voor met een banner waarop «Festival» staat.
hetzelfde als Engels «festival» — heel vergelijkbaar in klank en betekenis.
das — «das Festival» zoals andere onzijdige evenementennamen.
Opmerkingen
Leenwoord uit het Engels; gebruikt voor muziek- en culturele evenementen.