verb
overwegen, nadenken over, de overhand hebben op
B1
überlegen is een regelmatig zwak werkwoord. Belangrijkste betekenissen: „nadenken over”, „overwegen” en „bedenken”; niet-reflexief kan het ook „superieur zijn aan” betekenen. Perfekt: hat überlegt. Vaak reflexief: sich etwas überlegen = iets goed bedenken of besluiten.
Voorbeelden
Der Manager überlegte lange, bevor er den Vertrag unterschrieb, weil die Konditionen wichtig waren.
De manager dacht lang na voordat hij het contract ondertekende, omdat de voorwaarden belangrijk waren.
Sie überlegte lange.
Ze dacht lang na.
Ich überlege, was ich kochen soll.
Ik denk na over wat ik moet koken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die kaarten op tafel legt en ze omdraait om de opties zorgvuldig te bekijken.
Klinkt als «over-leggen» — stel je voor dat je ideeën in je hoofd «over» elkaar legt en erover nadenkt.
Opmerkingen
Wordt vaak wederkerend gebruikt (sich etwas überlegen = ergens over nadenken / iets overwegen). Niet-wederkerige vormen zijn zeldzamer en kunnen in bepaalde contexten betekenen: «de overhand hebben op» of «overwegen».