erfahren

verb
ervaren, te weten komen
B1

erfahren is een sterk, onregelmatig werkwoord met de betekenissen ‘ervaren’ en ‘te weten komen / vernemen’. Het gebruikt haben als hulpwerkwoord. Tegenwoordige tijd: du erfährst, er erfährt; verleden tijd: erfuhr; voltooid deelwoord: erfahren. Niet-scheidbaar. Bij ‘horen dat’ zie je vaak von of über.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Ich habe viel in meinem Leben erfahren.
Ik heb veel meegemaakt in mijn leven.
Ich habe gestern von dem Unfall erfahren.
Ik hoorde gisteren over het ongeluk.
Er erfuhr die Wahrheit.
Hij kwam de waarheid te weten.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.AUXILIARYhaben
VOCABULARY.DETAILS.SEPARABLEVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.REGULARVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.VERB_TYPEstrong
VOCABULARY.DETAILS.STEM_CHANGESPresent: e -> äu in du/er forms (du erfährst, er erfährt); simple past stem erfuhr; participle erfahren

VOCABULARY.DETAILS.PRINCIPAL_FORMS

Präsens (3. Sg.)er/sie/es erfährt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es erfuhr
Perfekter/sie/es hat erfahren

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een kermis (Fair) vol nieuwe ervaringen voor — « er-fair-hen » (ervaring)
👂klinkt als «air-far-en» — stel je voor dat je (fahren) door nieuwe ervaringen reist

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

« erfahren » kan zowel « ervaren » (persoonlijke ervaring) als « te weten komen / vernemen » (informatie ontvangen) betekenen. De stamklinker verandert in de tegenwoordige tijd (erfährst, erfährt) en de onvoltooid verleden tijd is erfuhr.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS

icherfahre
duerfährst
er/sie/eserfährt
wirerfahren
ihrerfahrt
sie/Sieerfahren
ichwerde erfahren
duwirst erfahren
er/sie/eswird erfahren
wirwerden erfahren
ihrwerdet erfahren
sie/Siewerden erfahren
icherfahre
duerfahrest
er/sie/eserfahre
wirerfahren
ihrerfahret
sie/Sieerfahren
ichwerde erfahren
duwerdest erfahren
er/sie/eswerde erfahren
wirwerden erfahren
ihrwerdet erfahren
sie/Siewerden erfahren
ichwürde erfahren
duwürdest erfahren
er/sie/eswürde erfahren
wirwürden erfahren
ihrwürdet erfahren
sie/Siewürden erfahren
ichwürde erfahren
duwürdest erfahren
er/sie/eswürde erfahren
wirwürden erfahren
ihrwürdet erfahren
sie/Siewürden erfahren
duerfahre
ihrerfahrt
Sieerfahren