fertig

adjective
klaar, gereed, af
A1

fertig betekent ‘klaar’ of ‘af’. Het wordt vooral predicatief gebruikt met sein: Ich bin fertig. Ook vaak in de uitdrukking mit etwas fertig sein = klaar zijn met iets. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: fertiger, am fertigsten.

Voorbeelden

Ich bin mit der Arbeit fertig.
Ik ben klaar met het werk.
Die Handwerker waren erst fertig, als der Regen endlich aufhörte und die Geräte abgedeckt worden waren.
De vaklieden waren pas klaar toen de regen eindelijk ophield en de apparatuur was afgedekt.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapfertiger
Overschrijvende trapam fertigsten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een vinkje voor en iemand die «fertig!» zegt wanneer een taak klaar is.
👂Klinkt als «furry», maar denk aan «finished» — «fertig» = klaar/af.

Opmerkingen

Veelvoorkomend predicatief bijvoeglijk naamwoord. «fertig sein» is een veelgebruikte vaste uitdrukking met de betekenis «klaar/af zijn».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek