verb
afhandelen, voltooien, regelen
B1
erledigen is een regelmatig, niet-scheidbaar en overgankelijk werkwoord. Het betekent ‘afhandelen’, ‘regelen’, ‘uitvoeren’ of ‘klaarspelen’, bijvoorbeeld eine Aufgabe erledigen. Voltooid deelwoord: erledigt. Perfekt met haben. Veelgebruikt in werk en alledaagse taken.
Voorbeelden
Er erledigte die Arbeit schnell.
Hij maakte het werk snel af.
Ich erledige meine Aufgaben.
Ik voer mijn taken uit.
Die Sekretärin erledigte die Aufgaben, damit der Chef pünktlich zur Besprechung gehen konnte.
De secretaresse heeft de taken afgehandeld, zodat de baas op tijd naar de vergadering kon gaan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een taak van een to-do-lijst afvinkt — de taak is klaar.
klinkt als 'air-led-dig-en' — stel je een leider voor die een taak doet.
Opmerkingen
Erledigen est couramment utilisé pour accomplir des tâches ou régler des affaires. Le verbe est séparable et utilise haben au parfait.