noun
ervaring, belevenis
B1
Erlebnis is een onzijdig zelfstandig naamwoord: ‘belevenis’, ‘ervaring’ of ‘indrukwekkende gebeurtenis’. Meervoud: Erlebnisse. Het gaat meestal om één concrete, vaak emotionele ervaring, niet om algemene kennis. Gewone verbuiging.
Voorbeelden
Das Konzert war ein tolles Erlebnis.
Het concert was een geweldige ervaring.
Die Reise nach Afrika war ein aufregendes Erlebnis.
De reis naar Afrika was een opwindende ervaring.
Die Selbstorganisation machte die Reise für die Schüler zu einem Erlebnis, obwohl das Wetter schlecht war.
De zelforganisatie maakte de reis tot een belevenis voor de leerlingen, hoewel het weer slecht was.
Details
Ezelsbruggetjes
Een klein doosje of een foto van een herinnering met het label ‘Erlebnis’ dat je kunt openen en opnieuw bekijken.
denk aan ‘re-live’ — een Erlebnis is iets dat je in je geheugen ‘opnieuw beleeft’.
DAS — stel je een neutrale doos (das) voor met daarin de ervaring
Opmerkingen
Erlebnis is een telbaar zelfstandig naamwoord voor een bepaalde gebeurtenis of memorabele voorval. Het verwijst vaak naar opvallende of emotioneel belangrijke ervaringen in plaats van triviale momenten.