verb
voeden, onderhouden, eten geven
B1
ernähren is een regelmatig werkwoord met de betekenis ‘voeden’, ‘voedsel geven’. Het kan transitief zijn: jemanden ernähren, of wederkerig: sich ernähren = zich voeden, een bepaald dieet hebben. Voltooid tijd met haben: hat ernährt. Vaak met von: sich von etwas ernähren.
Voorbeelden
Die Gemeinde ernährte viele Familien, weil eine Hilfsorganisation regelmäßig Lebensmittel schickte.
De gemeenschap voedde veel gezinnen, omdat een hulporganisatie regelmatig voedsel stuurde.
Ich ernähre mich gesund.
Ik eet gezond.
Viele Eltern versuchen, ihre Kinder gesund zu ernähren.
Veel ouders proberen hun kinderen gezond te voeden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat iemand voedzaam eten op een bord legt met het label 'nourish' om 'ernähren' te onthouden.
klinkt als 'earn a hair' — stel je voor dat je goed eten verdient voor haargroei.
Opmerkingen
Kan transitief worden gebruikt (jemanden ernähren: iemand voeden) en wederkerend (sich ernähren: zich voeden / een dieet volgen).