verb
intrekken, verhuizen, innen (bv. huur)
A2
einziehen heeft twee hoofdbetekenissen: ‘intrekken / verhuizen’ en ‘innen / incasseren’ (bijv. huur). Het is een scheidbaar werkwoord: zieh ein!, voltooid deelwoord eingezogen. Bij beweging gebruikt het perfectum sein: ist eingezogen; in de transitieve betekenis meestal haben.
Voorbeelden
Der Mieter zog in die neue Wohnung ein, nachdem der Vermieter den Vertrag unterschrieben hatte.
De huurder trok in het nieuwe appartement nadat de verhuurder het contract had ondertekend.
Wir ziehen nächste Woche in die neue Wohnung ein.
We verhuizen volgende week naar het nieuwe appartement.
Die Firma zog die Gebühren ein.
Het bedrijf inde de kosten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat meubels een appartement binnen worden gedragen via de voordeur met het label ‘einziehen’.
ein + ziehen -> ‘naar binnen trekken’ -> intrekken.
Opmerkingen
Scheidbaar werkwoord (einziehen -> ich ziehe ein). In de betekenis ‘intrekken/verhuizen’ vormt het meestal het perfect met ‘sein’ (ist eingezogen). Opmerking: vervoegingswaarden bevatten geen persoonlijke voornaamwoorden. De formele gebiedende wijs (Sie) vereist in het Duits noodzakelijkerwijs het voornaamwoord ‘Sie’, maar voornaamwoorden zijn niet toegestaan in deze vervoegingswaarden, dus de ‘Sie’-gebiedende wijs is gemarkeerd als ‘niet van toepassing’. Ook is Konjunktiv I in de eenvoudige verleden tijd (Präteritum) niet standaard en waar aanwezig gemarkeerd als ‘niet van toepassing’.