verb
dichtdoen, sluiten
A2
zumachen is een scheidbaar werkwoord en betekent ‘sluiten’ of ‘dichtdoen’. Imperatief: mach zu; perfect: zugemacht met haben. Het is een zwak, niet-reflexief werkwoord. Veel gebruikt bij deuren, ramen en verpakkingen. In de hoofdzin staat het voorvoegsel zu achteraan.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Verkäuferin machte das Geschäft zu, weil die Kasse schon geschlossen war.
De verkoopster sloot de winkel omdat de kassa al gesloten was.
Mach bitte die Tür zu und mach das Fenster zu.
Doe alsjeblieft de deur dicht en doe het raam dicht.
Ich mache das Fenster zu.
Ik doe het raam dicht.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je snel een rits dichttrekt om iets te sluiten — de deur is ‘zugemacht’.
klinkt een beetje als ‘zoom-atch-en’ — denk aan snel dichtdoen.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Zumachen is een scheidbaar werkwoord (voorvoegsel: zu). In het voltooid deelwoord wordt het voorvoegsel vast (zugemacht). Vaak gebruikt voor deuren, ramen en apparaten. In de voltooide tijden met haben.