verb
storten, inleggen, bijschrijven
B1
einzahlen is een scheidbaar werkwoord en betekent „storten” of „geld op een rekening zetten”. Het voorvoegsel ein- scheidt: ich zahle ein. Zwak werkwoord, perfect met haben: habe eingezahlt. Vaak met auf + accusatief: auf ein Konto einzahlen.
Voorbeelden
Kannst du das Bargeld morgen auf das Konto einzahlen?
Kun je het contante geld morgen op de rekening storten?
Ich habe das Geld eingezahlt.
Ik heb het geld gestort.
Die Kundin zahlte gestern Geld auf das Konto ein, weil sie die Rechnung bald begleichen musste.
De klant heeft gisteren geld op de rekening gestort, omdat ze de rekening binnenkort moest betalen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat contant geld ‘naar binnen’ glijdt in een bankgleuf met het label EINZAHLUNG (geld gaat erin).
Denk: «ein» = in + «zahlen» = betalen. Dus «pay in» → einzahlen = storten / inleggen.
Opmerkingen
einzahlen is een scheidbaar werkwoord (het voorvoegsel «ein» scheidt zich in hoofdzinnen: ich zahle ein). Het wordt vaak gebruikt voor bankstortingen en geld op rekeningen zetten.