verb
innemen, innemen (een pil), innen, opbrengen
B1
einnehmen is een scheidbaar werkwoord: ein|nehmen. Het betekent o.a. ‘een medicijn innemen’, ‘een plaats/positie innemen’ en ‘inkomsten innen’. Het gebruikt haben. Sterk en onregelmatig: ich nehme ein, nahm ein; voltooid deelwoord: eingenommen. Veel gebruikt in medische en financiële context.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Firma konnte im letzten Jahr viele neue Kunden gewinnen und mehr Umsatz einnehmen.
Het bedrijf wist vorig jaar veel nieuwe klanten te werven en meer omzet te behalen.
Ich nehme mein Essen ein.
Ik gebruik mijn maaltijd.
Bitte nehmen Sie diese Tablette nach dem Essen ein.
Neem deze tablet na het eten in, alstublieft.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een pil voor die je in je mond stopt met het label «einnehmen», of munten die in een kassa worden gedaan.
Klinkt als «in-name» — stel je voor dat je iets ‘naar binnen’ doet en er een naam aan geeft (je neemt het in).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
«einnehmen» is een scheidbaar werkwoord (ich nehme ein, er nimmt ein). Het is gebaseerd op het onregelmatige werkwoord «nehmen» en vertoont dus stamveranderingen (nimmt). Veelgebruikte betekenissen: een medicijn innemen, een plaats innemen en geld innen/verdienen.