noun
inhabitant, resident
B1
Einwohner (der): mannelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis ‘inwoner’ of ‘bewoner’. Het meervoud blijft gelijk: die Einwohner. Regelmatige verbuiging; genitief enkelvoud: des Einwohners. Vaak gebruikt in statistiek en administratie.
Voorbeelden
Die Stadt verteilte Informationsbroschüren an die Einwohner, damit sie über die Änderung informiert wurden.
De stad deelde informatiebrochures uit aan de inwoners, zodat zij op de hoogte waren van de verandering.
Viele Einwohner nehmen an der Bürgerversammlung teil.
Veel inwoners nemen deel aan de burgervergadering.
Die Stadt hat mehr als eine Million Einwohner.
De stad heeft meer dan een miljoen inwoners.
Details
Ezelsbruggetjes
Picture a person living 'in' a house with a small voter badge that says 'I live here'.
Sounds like 'in' + 'voter' — someone who lives in a place.
der — imagine a male neighbor (der Mann) as the prototypical Einwohner.
Opmerkingen
Einwohner refers to a person living in a place (often a city, region). It is commonly used for both singular and plural (plural: Einwohner). Do not confuse with Einwohnerzahl (population number).