Einwohner

noun
inhabitant, resident
B1

Einwohner (der): mannelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis ‘inwoner’ of ‘bewoner’. Het meervoud blijft gelijk: die Einwohner. Regelmatige verbuiging; genitief enkelvoud: des Einwohners. Vaak gebruikt in statistiek en administratie.

Voorbeelden

Die Stadt verteilte Informationsbroschüren an die Einwohner, damit sie über die Änderung informiert wurden.
De stad deelde informatiebrochures uit aan de inwoners, zodat zij op de hoogte waren van de verandering.
Viele Einwohner nehmen an der Bürgerversammlung teil.
Veel inwoners nemen deel aan de burgervergadering.
Die Stadt hat mehr als eine Million Einwohner.
De stad heeft meer dan een miljoen inwoners.

Details

MeervoudEinwohner

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Einwohnerdie Einwohner
genitivedes Einwohnersder Einwohner
dativedem Einwohnerden Einwohnern
accusativeden Einwohnerdie Einwohner

Ezelsbruggetjes

👁️Picture a person living 'in' a house with a small voter badge that says 'I live here'.
👂Sounds like 'in' + 'voter' — someone who lives in a place.
⚧️der — imagine a male neighbor (der Mann) as the prototypical Einwohner.

Opmerkingen

Einwohner refers to a person living in a place (often a city, region). It is commonly used for both singular and plural (plural: Einwohner). Do not confuse with Einwohnerzahl (population number).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek