verb
introduceren, invoeren, implementeren
B1
einführen betekent ‘introduceren’ of ‘invoeren’. Je gebruikt het voor personen, producten, wetten, regels of systemen. Het is een scheidbaar werkwoord: wir führen ... ein. Het is regelmatig en vormt het perfect met haben: eingeführt. Veel gebruikt in politiek en zaken.
Voorbeelden
Die Regierung führte die neuen Regeln ein, obwohl verschiedene Experten gewarnt hatten, dass sie Probleme verursachen könnten.
De regering voerde de nieuwe regels in, hoewel verschillende deskundigen hadden gewaarschuwd dat ze problemen konden veroorzaken.
Wir führen ein neues Produkt ein.
We introduceren een nieuw product.
Das System ist erfolgreich eingeführt worden.
Het systeem is succesvol ingevoerd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat een product op een podium wordt uitgerold om „introduceren / implementeren” te onthouden
klinkt als „in-fjoeren” — denk aan iets „naar binnen brengen”
Opmerkingen
Einführen betekent vaak iets in gebruik nemen (een product, wet, systeem). Als scheidbaar werkwoord scheidt het voorvoegsel „ein” zich in de persoonsvormen: Ich führe das Produkt ein.