verb
besluiten, vaststellen
B1
beschließen betekent ‘besluiten’, ‘vaststellen’ of ‘een resolutie aannemen’. Het is een sterk, niet-scheidbaar werkwoord met haben. Tegenwoordige tijd: ich beschließe; verleden tijd: beschloss; voltooid deelwoord: beschlossen. Vaak met een infinitief met zu of een dass-zin.
Voorbeelden
Der Vorstand beschloss neue Maßnahmen.
De raad van bestuur besloot tot nieuwe maatregelen.
Wir haben beschlossen, früher zu gehen.
We hebben besloten eerder te vertrekken.
Der Vorstand beschloss, die Kosten zu senken, nachdem die Zahlen schlechter als erwartet waren.
De raad van bestuur besloot de kosten te verlagen nadat de cijfers slechter waren dan verwacht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groep rond een tafel voor die een papier ‘besloten’ stempelt wanneer ze een beslissing nemen.
Klinkt als ‘be-SHLEESS-en’ — denk aan kiezen door ‘blees’ te zeggen.
Opmerkingen
Sterk (onregelmatig) werkwoord. Vaak gebruikt in formele contexten (Beschluss, beschlossen). Wordt vaak gebruikt met dass-zinnen of directe objecten (etwas beschließen).